PROGRAMMA 2019
Hartelijk welkom in
CHRISTELIJK
CONFERENTIE
CENTRUM

Sellingerstraat 75
9561 TA
TER APEL






Overdenking

Ter Apel, mei 2019.

Hij kent mijn naam, passie voor Hem!

"Jezus zei: Maria!" (Joh.20:16a)

Maria van Magdalena was één van de vrouwen die Jezus Christus tijdens zijn wandel op aarde, bij zijn kruisdood en later na zijn opstanding, heeft gevolgd en gediend met dat wat ze bezat. (Marc. 16:9; Luc.8:2-3; Math.27:55,56) Zij had ontdekt in hetgeen Hij sprak en in wat Hij deed, dat daarmee steeds voorzeggingen uit de Schriften en Profeten t.a.v. de beloofde Messias werden vervuld. Met name zien we dit in het Evangelie naar Mattheüs, maar ook in de andere Evangeliën. (Zie Math.8:16-17)

"Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, zodat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen."

In de synagoge in Nazareth las de Heere Jezus het volgende voor uit de boekrol van de profeet Jesaja en paste dit op zichzelf toe en gaf daarmee aan dat dit Schriftwoord voor hun oren in vervulling ging.

"De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan."
(Luc. 4:18-19)


De krachten, wonderen en tekenen die God door Hem deed, bekrachtigden de profetieën en waren tevens een tentoonstelling, een verklaring van Godswege dat Hij werkelijk de Messias was. (zie Hd.2:22)

"Israëlitische mannen, luister naar deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man Die u van Godswege aangewezen is door krachten, wonderen en tekenen, die God in uw midden door Hem gedaan heeft, zoals u ook zelf weet...."

We lezen in Math.4:13 t/m 16 dat de Heer ging wonen in Kapernaüm wat ook door de profeet Jesaja voorzegd was. In de Heere Jezus werd vervuld wat de profeet gesproken had namelijk dat het volk dat in duisternis verbleef, een groot licht heeft gezien en dat voor hen die zaten in het land en de schaduw van de dood, is een licht opgegaan.
We kunnen wel zeggen dat het Licht der wereld ook Maria Magdalena beschenen heeft en zij uit de macht van de duisternis getrokken is en overgezet is in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. (Col.1:13-14) De Meester had haar immers bevrijd van zeven demonen.

Nu staat Maria daar in de graftuin.
Ze moet alleen verder. Hij is gestorven, ze heeft het zelf gezien. (Math.27:56) Echter de passie om Hem te eren en te dienen is onverminderd. Door het zien van het lege graf is zij in de veronderstelling dat iemand haar Heer heeft weggenomen; alsof iemand, een macht, de dood, in staat zou zijn om de Heere, de Levensvorst, de Overwinnaar over zonde, dood en duivel weg te nemen. Maria staat daar ontredderd als een zuil van tranen. Haar tranen zijn als dichte vitrage voor de ramen van haar ziel. Ze is verblind, verdoofd door haar verdriet. Alles wordt echter anders als haar Meester, haar Passie haar ontmoet, tot haar spreekt, haar naam noemt. Maria wordt als het ware door de Opgestane uit haar dood tot leven geroepen bij het horen van haar naam.

Een bijzondere Paasontmoeting? Ja, het gebeurt nog!
Iemand hoort heel persoonlijk zijn of haar naam noemen in een dagsluiting in De Ark, in de kerk, door een lied, een gesprek of in de persoonlijke stille tijd wanneer je vol passie de Meester zoekt. Je wordt bij je naam geroepen door de Opgestane uit een spelonk van gemis, rouw, pijn of verdriet, uit schuld of tekortschieten. Onze wens, ons gebed is dat wie ook De Ark bezoekt een ontmoeting met de Opgestane mag ervaren - zoals Maria die heeft beleefd - en de Heiland gepassioneerd zal volgen, dienen en eren.

Hij kent mijn naam,
Hij weet zelfs wat ik denk.
Hij ziet mijn stil verdriet
en hoort mij als ik roep.
(Opw.617)

Jan Hendrik Meinema